1974

Mijn eerste keramiektechniek was Raku. In de tuin van mijn eerste atelier in Temse, een oude arbeiderswoning aan de rand van een bietenveld. Met twee vrienden en een hoop gratis vuurvast afval van een baksteenfabriek twee ovens gestapeld. (gebouwd is een te groot woord) Een kleinere voor de eerste proeven en een grotere voor het werk. Na het sluiten van alle spleten en kieren en zes lege propaangasflessen haalden we net 1000 graden.

Vrij en onverveerd: Lode de Clercq bakt tijdens het stoken worstjes op een stalen plaat op de schoorsteen. In de koperdampen van de rakuglazuren. De worstjes smaakten verrukkelijk. Ik heb nog twee werkstukken over uit die eerste periode. De andere vriend, Luc Schelfhout, maakte de foto's.

1975

Ik volg een maand workshop bij Bill Spears in Falmouth, Cornwall. Het draaivirus slaat toe. Hoera, ik begin een pottenbakkerij.

Ik verhuis naar een oude boerderij in St Pauwels. ongelofelijk veel verbouwen maar een enorm atelier, een huis met een tuin voor en een tuin achter en daarachter een boomgaard. Naast een kleine varkensboer. Ik stort een betonnen platform, gewapend met oude bedbodems. Ik ga gasovens bouwen. Dit was mijn eerste steengoed proefoven. Ik wist niets van ovens bouwen, niets van ovens stoken en niets van glazuren. Maar er bestaan natuurlijk overal goede boeken voor. Het boek is altijd mijn beste vriend geweest.

Dit is het allereerste steengoed kommetje waarvan het glazuur na maanden experimenteren gelukt is. Ik heb het nog steeds.

1976-1978

De grote oven is in de zomer gebouwd met hulp en steun van Lode, Luc, Minouche en de hulp van mijn neefjes Serge en Bruno om te lassen, te bouwen en te sjouwen en vooral eerst drieduizend gebruikte vuurvaste 42-44 stenen uit oude stook installaties helpen bikken. Hard werken, daarna Cantharellen en Boleten halen uit het bos in Waasmunster. Onbezorgd genieten van eten en drinken. Een bevlogen tijd. Het enorme voorrecht om relatief arm, onnozel en gedreven te zijn. Een tijd van verstilde eeuwigheid.

Het doel was om hoogkwalitatief gebruiksgoed te maken. (Goed geslaagd, want mijn ex kookt er nog steeds in na 50 jaar) Gemaakt uit Engelse steengoed draaiklei met pyriet. En klassieke Tang glazuren: Tenmoku, Celadon, Chun. De twee eerste vrij makkelijke reductie glazuren, De Chun moeilijker. Het was overweldigend om de eerste lading Chun uit de oven te halen. Inspiratie kwam in die tijd uit de Engelse Leach traditie en de prachtige keramiek van Pierre Digan.

1979-1991

Eind 1978 verwisselde ik Vlaanderen voor Nederland. Ik zou de volgende 12 jaar, behoudens drie maanden in het Keramisch Werkcentrum in Heusden, (samen met mijn vrouw Marja die toen nog beeldhouwde) geen keramiek meer maken. Mijn zoektocht leidde me langs de Vrije Academie Psychopolis en een studie Filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Rond 1984 begin ik wel les keramiek te geven, ik wil het voltijds studeren afwisselen met concrete dingen. Marja en ik krijgen twee schattige dochters.. Omstreeks 1991, ergens rond mijn afstuderen, moet ik begonnen zijn om opnieuw moeizaam weer de materialen voor een atelier bij elkaar te krijgen. Ik probeerde een veelheid van vormen. Maar na een vakantie in Vlaanderen en het weerzien met het blauw en goud van Mariabeelden in de kerken kwam ik tot een nieuwe reeks: De Ziel van Vlaanderen. Ik begon me toen te realiseren dat ik eigenlijk doordrenkt ben van een diep archaïsch en animistisch gevoel. Ik neem een coördinatiebaan in het centrum waar ik lesgeef. Van die paar uur lesgeven en de keramiek zal het benodigde geld niet binnenstromen.

1992-2001

Het zullen een tiental jaren worden van stil geluk, Opgroeiende kinderen met alle daarbij behorende activiteiten, meer werken voor de kost, organiseren, veel lesgeven, enfin, gewoon beetje leven. Ondertussen lid van een kunstenaarscollectief en samen links en rechts tentoonstellen.

En experimenteren met keramiek, veel experimenteren. Wie behoorlijk wil lesgeven moet zelf continu ontwikkelen om de vraag van de deelnemers in dit enorme keramiekveld met zijn myriaden technieken bij te houden.

Het blauw van de objecten uit de `Ziel van Vlaanderen` reeks bestond uit twee verschillende laaggestookte koperblauw barium glazuren. Ik realiseerde me uit literatuur dat diezelfde glazuren wilde effecten zouden hebben op verschillende plaatsen van hun smelttraject naar 1280 graden. Ik heb er dan uitgebreid mee geëxperimenteerd. Ik zocht naar de effecten van chroom (geel/groen) in de bariumglazuren. Ik hield erg van het kokende oppervlak na de ontbinding van het barium boven 1230 graden. Elke vijf a tien graden tussen 1230 en 1260 leverden een andere huidstructuur en een andere toonwaarde op. Ondertussen ontwikkelden de vormen zich in een spanningsboog tussen organische vormen en een formele s-lijnen. Ze werden ook steeds groter.

2002-2003

Een jaar lang, voorafgaand aan een tentoonstelling 2003 bij galerie Theemaas in Rotterdam (waar Tineke van Gils me had geïntroduceerd) zocht ik verder naar formele vormen, S lijnen, negatieve S lijnen. Glazuur technisch zocht ik een meer sober kleurpalet. Eerst bariumglazuren met ijzer en daarna komen de eerste Shino's die me nu bezighouden. Ik zal de Shino's overigens verlaten na een jaar, ten voordele van andere experimenten. Keramiek is voor mij een lange, lange zwerftocht. Ik was nog niet klaar voor de bescheiden opstelling die ze vragen aan de keramist. Aan het eenzame thuiskomen van de reis. Aan die vrijwel volledige overgave aan de expressie van klei en glazuur als materie. Maar ze waren toch erg mooi en hebben hun weg naar de mensen gevonden.

2004

2004 zou het voorlopig eindpunt worden van een periode intensief bezig zijn met keramiek. Ik zal in de daaropvolgende jaren nog incidenteel werk maken en tentoonstellen, (als lid van het kunstenaarscollectief I.O.T.K) maar me verder voornamelijk bezighouden met lesgeven, organisatiewerkzaamheden in de cultuursector en opgroeiende kinderen. Het werk hiernaast is gemaakt en tentoongesteld in 2004. Het was enerzijds een verder zoeken naar organische vorm (schimmels) bij schalen, en anderzijds een reeks beelden met introversie en milde melancholie als thema: Suburban Blues. Het zal duren tot 2012 toen Bartho van Meggelen, de galeriehouder van galerie Theemaas, vond dat het welletjes was en dat ik me maar eens opnieuw aan de keramiek moest zetten. Dit werk uit 2004 heeft niet veel kleur meer, een op 1280 graden gestookt, licht sinterend engobe, een beetje ijzeroxide.

2014

Het moet rond 2014 zijn geweest dat ik weer een beetje bevredigende richting gevonden had met mijn experimenten. De inhoud van wat ik wilde uitdrukken draaide vagelijk rond zielsverhuizing. De sfeer ervan rond Shinto, Japans animisme. Gek genoeg niet rond de sfeer van Japanse keramiek maar rond de sfeer van rituele architectuur: de Torii, de toegangspoorten tot Shinto heiligdommen.

Zowel de idee van doorgang naar een andere, sacrale, plek als het rood en oranje van die toegangspoorten, fascineerden me. De idee van overgang kon ik uitwerken in vorm. De kleur was ingewikkelder, gemakkelijk haalbaar op lage temperatuur maar ik wilde de uitstraling van de huid van steengoed glazuren houden. Ik heb er maanden aan gewerkt en vond uiteindelijk wat ik wilde in een combinatie van Shino glazuur en inclusie pigmenten die hoge temperatuur en reductie verdragen zonder te ontbinden enerzijds en dolomiet mat glazuren die ik volledig kon verzadigen met diezelfde inclusie pigmenten. Het leverde vibrerend werk op.

2016

Omstreeks 2016 begin ik te zoeken naar een verder geïntegreerde uitdrukking van vorm en glazuur. Als het ware de metaforiek van het materiaal zelf. Ik zal teruggrijpen op de Shino glazuren uit 2003/2004. Maar in een veel minder gepolijste vorm. Met een veel groter aandeel om de chaos toe te laten van de processen zelf. Hoe ver kan je komen in een worsteling tussen orde en chaos. Ik zal langzaam zoeken naar het ronde en organische loslaten. Met als inspiratie de verschijningsvormen van de anorganische materie: het landschap en weer en wind, opstoten en aftakelen, ondersneeuwen en smelten. geconcentreerd in simpele objecten als flessen en schalen. Ik probeer technieken te verzinnen om grote schalen te maken om een verscheurd innerlijk landschap vorm te geven. En ik zoek een tweetal jaren naar een voor mij bevredigende toepassing van Shino glazuren. Ik hou op dat moment (nog steeds overigens) erg van de wilde, extraverte effecten van Shino, van de enorme mogelijkheden die dergelijke glazuren toelaten in hun variatie van extreem dik en dun.

2017-2023

Het leven hangt aan mekaar van toeval en onwetendheid. Herfst 2017 ga ik zoals steeds met Allerzielen naar Geraardsbergen om bloemen op het graf van mijn vader te zetten. Zo katholiek als wat en tegelijk heidens: herfstbloeiers als Chrysanten die de kleur van de zomer teruggeven, offeren aan de doden, voor het intreden van de kou. Het kerkhof is dan een fleurig in plaats van treurig feest. Traditiegetrouw ga ik daarna Mattentaarten halen en zwarte pensen. Jeugdherinneringen. Marja maakte dat jaar een foto van mij en mijn neef Serge met een grote zak Mattentaarten voor het uitstalraam van bakker De Clercq. Ik zette hem op Facebook waarna ik een reactie kreeg van ene Marnic. Die schreef “dat lijkt wel bij ons” Ik postte terug, hij nodigde me uit om langs te komen als ik in Geraardsbergen was, dat deed ik. Hij heeft een Anagama, ik wist helemaal niet dat er Anagama waren in Vlaanderen, ik kon toen al na een paar maanden meestoken. Daarna met Marnic en William de oven van Pascaline (in Ghoy) finetunen en een paar keer stoken. Daarna een stook in de Olsen in La Borne. Ondertussen Shino in mijn eigen gasoven thuis, Een oude atmosferische downdraft Laserkiln. Het geeft allemaal verschillende resultaten. De Anagama veel as-afzetting, de Olsen ovens een heel klein beetje as-afzetting, mijn gasoven helemaal niets.

Na een workshop met Peter Callas in La Borne raak ik in de ban van een sculpturale techniek. Kurinuki. Ik maak een aantal objecten zoals handgesneden Chawan om me de uitgangspunten eigen te maken. Maar ze zijn geen doel op zich. De zwerftocht leidt me verder. Ik zal een jaar of vijf afwisselend buiten de deur houtstoken en in mijn atelier gasstoken. Ik werk uiteindelijk het liefste met mijn gasoven. Het bereik is domweg vele malen groter voor wat ik er mee wil doen.

Het is de tijd van de keramiekmarkten. Mijn eerste in 2017. Ik stop met mijn organisatiebaan in de culturele sector rond 2014. Ik stop met lesgeven in 2018. Ik geef voortaan één a twee zomerworkshops Shino. Kurinuki en Houtstoken bij Pascaline in Ghoy. Houtstoken en Shino in La Borne. De deelname aan markten groeit. Dwingeloo, Andenne, Haacht, Milsbeek, Oldenburg, Swalmen. Het soort werk groeit mee, verkoopt, wordt verzamelt. Shino, de laatste jaren ook Oribe. Ik stel het werk tentoon bij Del Campo, ik wordt uitgenodigd voor een tentoonstelling bij Loes en Reinier in Deventer. We weten het niet op dat moment, maar het zal hun laatste tentoonstelling zijn, voor ze definitief stoppen met hun iconische keramiekgalerie. Vrijwel de hele tentoonstelling is uitverkocht. de hele ziel is uit mijn collectie, waar werk van vier, vijf jaar in zat. Ik moet kiezen: de verzameling werk opnieuw aanvullen of iets helemaal nieuws doen. Ik wordt ziek van mezelf bij de idee om opnieuw hetzelfde soort werk te maken. Dat wordt dus helaas weer eens een nieuwe fase. Ik zal voorlopig de koppeling met de container en de expressie van de anorganische natuur loslaten en een ander project starten.

2023-2024

Eind 2023 start ik een nieuw project. Ik verlaat de anorganische natuur en de container. Ik hou wel de expressie van worden en verval, maar dit keer in de levende natuur. Ik hou van de idee van onvolmaaktheid. Hij strookt met mijn wezen én met mijn kijk op de wereld. Panta Rhei, alles vloeit. En zoals Beckett zei "Fail, try again, fail better" De essentie van de evolutie in een notedop. Ik maak mutanten en symbionten. Vreemde vreemdelingen. De eerste fase van het project, het mimètische aspect en het muteren, staat op de rails.

De eerste reeks kan je zien op: Biomorph